Fietsvakantie 2003, Cevennen-Mont Ventoux-Alpen

 

Dag 1

Eindelijk is het dan weer zover. We gaan weer op vakantie! Met een volgeladen auto vertrekken we in de nacht van 14 op 15 juli vanuit Friesland naar het zuiden van Frankrijk. We rijden in een ruk door naar het dorpje Meyrueis in de Cevennen. Dit dorp is bekend als startplaats van de Ronde van de Mont Aigoual uit het boek "De Renner" van Tim Krabbé. Het is een flink eind rijden. Rond een uur of vier komen we aan in Meyrueis en vinden we een plaatsje op de Camping le Pre du Charlet. Een eenvoudige camping aan de rivier de Jonte. Borden waarschuwen ons dat deze camping bij regenval zeer snel onder water kan komen te staan. Daar maken we ons nu maar niet te druk over. Het is al wekenlang droog en warm in Frankrijk. kaartje

Met moeite krijgen we de haringen van onze tent in de keiharde grond. Ik neem een douche, het water blijkt niet erg warm te zijn wat gezien het mooie weer nu niet zo erg is. Je kunt hier tenminste wel gratis douchen. Ook is er 's ochtends vers brood in het winkeltje, waar je bovendien veel soorten frisdrank en water kunt krijgen. We drinken alleen mineraalwater want er zit wat een chloorsmaak aan het kraanwater. Na het avondeten kijken we nog wat op de kaart naar de route die we morgen willen gaan fietsen. We hebben er al zin in!

 

Dag 2 Route 1

Als ik 's ochtends de tent openrits is het bewolkt. Balen! Het zal toch niet zo zijn dat het mooie weer op is, net nu wij in Frankrijk zijn.....We nemen een flink ontbijt en zetten daarna de fietsen inelkaar. Ondanks de donkere lucht vertrekken we voor onze eerste tocht in de Cevennen. Het is hier schitterend. Hele indrukwekkende kloven met hoge rotswanden. Vanuit Meyrueis klimmen we naar de hoogvlakte. Het wordt "vlakte" genoemd, maar het gaat behoorlijk op en neer. Boven zien we hoe droog het is. Alles is bruin verkleurd. Er staat ook veel wind hier boven. We komen een man tegen die ons waarschuwt dat het regent bij de Mont Aigoual. Dat maakt ons niks uit want wij gaan toch niet verder die kant op.

Via Villemagne dalen we langs een smal weggetje af naar Treves. Ook hier fietsen we door een prachtige kloof. De kleine dorpjes zijn zo goed als uitgestorven. Zo lijkt het tenminste. Hier en daar zie je nog wat toeristen, maar over het algemeen is het hier heel rustig.

We beklimmen de Col de la Pierre Plantee (828m). Col de la Pierre PlanteeVanaf hier heb je weer goed zicht op de hoogvlakte. We dalen een stukje af naar St. Jean de Bruel en moeten dan weer een stukje klimmen naar Sauclieres. Bij de Col de la Barriere (804m) gaat het fout. Ik dacht dat we hier een klein weggetje in konden, maar dit blijkt onverhard te zijn. We besluiten om dan maar richting le Vigan te fietsen. De weg daalt hier lekker en het fietst heel gemakkelijk. Wat we dan nog niet zo doorhebben is dat we straks over de Col du Minier moeten die 21 km lang blijkt te zijn.

Le Vigan ligt op 267 m hoogte en de Col du Minier is 1264 m hoog. Een hele klim dus. Het is mooier weer geworden en best warm. Qua voorraden waren we niet echt voorbereid op zo'n lange klim. Fedde krijgt halverwege een behoorlijke inzinking. Ik fiets zomaar een eind bij hem weg. Ik zat er het eerste stuk nogal doorheen maar ben mijn inzinking weer te bovengekomen. Toch is het een mooie klim. De weg blijft maar slingeren. We zijn wel opgelucht als we eindelijk boven zijn.

Vervolgens moeten we nog een klein stukje klimmen naar de Col de Faubel (1285m). Dit is gelukkig niet zo steil. Daarna rijden we via Camprieu terug naar Meyrueis over de hoogvlakte. Vanaf deze kant is het voornamelijk dalen. Daar ben ik wel blij om want ik ben moe. Die autorit van gister zit me ook nog in de benen. Ik heb mijn rabobank fietskleren aan en wordt regelmatig toegeroepen door de fransen, "Allez Boogerd!". Blijkbaar heeft Boogerd veel indruk gemaakt tijdens de Tour de France van vorig jaar.

Na zes-en-een-half uur en 126 km komen we weer aan op de camping.

Dorpje

 

Dag 3 Route 2

Omdat we nog wat moe zijn van gisteren, doen we vandaag een minder zware route. Tenminste, dat denken we. Vanuit Meyrueis klimmen we weer naar de hoogvlakte en rijden via Lanuejols naar de Chaos de Montpellier le Vieux. Het blijkt dat je entree moet betalen om de rotsformaties te mogen zien. Bovendien kunnen we op onze fietsschoenen niet zover lopen. Dus besluiten we om maar verder te fietsen. Op de hoogvlakte is het lekker warm. Er zijn hier veel hagedissen die zomaar over de weg schieten. Ze hebben hele mooie kleuren.

De afdaling naar Millau lijkt op die van Alpe d'Huez. Steil en met veel haarspelden. Ik zit niet helemaal lekker tijdens het dalen. Misschien moet ik mijn stuur wat verstellen. Langs de rivier de Tarn rijden we naar Paulhe. De weg gaat op en af. Maar voornamelijk omhoog. Het is heet, en het wegdek is ook niet al te best.

In le Rozier steken we over naar de andere oever en rijden nu door de mooie Gorges de la Jonte. Continu vals plat omhoog. In een dorpje wordt een bus bejaarden uitgeladen. "Allez le maillot jaune" roept een oud vrouwtje naar mij. Gister in de auto vond ik het best eng om langs deze afgronden te rijden. Op de fiets vind ik het helemaal niet erg. Gorges de la Jonte

Vlak voor Meyrueis is een soort van supermarkt. Het is hier wel behoorlijk rommelig allemaal, zeker vergeleken bij de Vogezen. We halen wat koude icetea en doen nog wat boodschappen. Dan fietsen we terug naar de camping.

We hebben een nieuwe buurman gekregen. Het is een fransman met een racefiets. Van hem horen we dat er hier een tweedaagse cyclosportieve is waar hij aan meedoet. Hadden we dat eerder geweten, dan hadden we leuk mee kunnen doen!

Afstand: 93 km

 

Dag 4 Route 3

Vandaag is het zover! We gaan de route van de Ronde van de Mont Aigoual fietsen zoals die in het boek beschreven staat. Het wordt vast een zware tocht. Als we vertrekken is het al bijna 28 graden en de temperatuur stijgt tot 35 graden. Met een flinke snelheid dalen we door de Gorges de la Jonte. Geen wonder dat het gister zo zwaar fietste!

In le Rozier gaan we rechtsaf langs de Gorges du Tarn. Deze kloof is nog mooier dan de voorgaande. We rijden onder mooie uitgehakte poortjes door. Moeiteloos komen we aan in les Vignes. Hier gaat het echt beginnen. Een zware klim naar de hoogvlakte. Onderaan de klim worden we ingehaald door een man en een jongen. Ik probeer ze nog even bij te houden maar moet al snel lossen. Ik schakel naar een lichter verzet. De weg is smal met veel haarspelden. Het eerste stuk heb je een mooi uitzicht op de Gorges du Tarn en de weg waar we net langs zijn gefietst.

Het lijkt of er geen einde aan deze Col de Rieisse (920m) komt. Wanneer we eindelijk een stukje dalen komt er een vrachtwagen voorbij scheuren die mij behoorlijk afsnijdt. Ik moet de berm in en verlies door het gehobbel mijn bidon. Ik moet weer terug om hem op te rapen. Gelukkig is hij nog heel, hoewel de dop wat lekt. Met deze hitte kan ik niet zonder mijn limonade. We zien nooit een bordje van de Col. Jammer. Bij een driesprong gaan we richting Meyrueis. Het is nog een heel eind over de hoogvlakte. Een beetje een saai stuk. Ook waait het vandaag wat minder dus brengt de wind weinig verkoeling.

Plotseling dalen we af. Ver in de diepte zien we het dorp liggen. We komen bijna langs onze camping maar we mogen nog niet afstappen. We moeten de lus over de Mont Aigoual nog rijden!

In Meyrueis gaan we even in de schaduw zitten om wat te drinken en te eten. Ik heb weinig honger als het zo warm is. Gelukkig hebben we pakjes vloeibare voeding bij ons. Dat gaat gemakkelijk naar binnen. Het is inmiddels zo warm dat ik tijdens de klim vanuit Meyrueis alleen maar aan water en ijsjes kan denken. Mijn benen gaan op de automatische piloot en we moeten nog zo ver.....Nergens is er schaduw zo midden op de dag. We fietsen naar Lanuejols. Volgens mij wijken we hier even van de officiele route af, want op dit punt was het boek wat onduidelijk. De afdaling naar Treves is lastig, gesmolten asfalt en steentjes. Ik heb het beeld van de vallende Beloki tijdens de Tour de France 2003 nog vers in mijn geheugen. En ben dus wel wat bang voor het zachte asfalt.

Vanuit Treves moeten we een heel eind klimmen, zo'n dertig kilometer naar de top van de Mont Aigoual. In de Gorges de Trevezel is nog iets schaduw maar dat duurt helaas niet lang. Ik heb bijna geen drinken meer en moet heel zuinig met mijn laatste restje zijn. Nergens is een winkeltje of terrasje waar je iets kunt krijgen. Elke kilometer van de klim gun ik mezelf een klein slokje water. Als we in Camprieu aankomen ben ik net een zombie. Ook hier is geen drinken te krijgen. Dan maar verder naar de Col de Sereyrede (1300m), de mensen zijn hier blijkbaar niet echt op toeristen gericht. In de Vogezen had je op iedere top terrassen en winkels. Hier is helemaal niks. Op zich ook wel mooi, maar ik heb vreselijk veel dorst. Eindelijk bereiken we de top van de Mont Aigoual. Ik vind het niet zo'n mooie berg.

Ik wil graag snel terug naar de camping. Helaas is het niet alleen maar dalen. Af en toe moeten we weer een stukje omhoog. Iedere klim is me nu teveel. Ik kan me niet herinneren ooit zo'n inzinking te hebben gehad. Het is nog erger dan op de Glandon in 2000.

Op de camping drink ik een halve liter sap en wel een halve liter water op. Ook kopen we een ijsje. Dat smaakte heel erg goed. Ik kan bijna niet meer van mijn stoel komen om te gaan douchen. Het was een mooie maar heel zware tocht, vooral door de hitte.

Onze franse buurman heeft de eerste dag van de cyclosportieve gehaald. Hij ziet er behoorlijk moe uit. We zijn weinig fietsers tegengekomen. Ze hebben blijkbaar een hele andere route gefietst.

Afstand: 142 km in 7 uur

 

Dag 5 Rustdag

Het is vandaag weer zo heet, dus gaan we niet fietsen. We gaan wandelen! Vanuit Meyrueis lopen we naar de Grottes de Dargilan. Een hele mooie grot. Het is binnen ook heerlijk koel. De terugweg is toch wel weer lang. Ik ben nogal verbrand in mijn nek. De volgende dag zitten er zelfs blaren op. Erg pijnlijk!

Gorges

 

Dag 6 Route 4

Onze laatste fietsdag in de Cevennen. We hebben niet zoveel zin om een heel eind te gaan fietsen en denken een gemakkelijke route te hebben uitgezet. Achteraf blijkt dat we 45 km geklommen hebben. We beklimmen de Col de Perjuret (1028m) en rijden richting de Mont Aigoual. Dan nemen we een klein weggetje door de Gorges de Tapoul. Daar loopt een enorme schaapskudde. Van bovenaf leken het net rotsen, alleen ze bewogen! Je hebt hier ook allemaal verkeersborden om je voor schapen te waarschuwen. Heel grappig. Het weggetje daalt behoorlijk en we zijn zomaar in Cabrillac. Via Rousses gaan we naar St. Andre de Volborgne. Gelukkig is het niet zo warm als gisteren.

Pas op, schapenOp veel plaatsen zijn wegwerkzaamheden. Veel grint en zacht asfalt dus. We klimmen naar le Pompidou. Een steile klim. Maar als we het dorp door zijn wordt hij nog veel steiler. Met een slakkegang rijd ik naar boven. We zijn nu op de Corniche de Cevennes. Omdat we het weer niet zo vertrouwen, snijden we een stuk af. Na de Col de Solperiere dalen we af naar Vebron. Dan moeten we de Perjuret weer over. Van deze kant is hij een stuk moeilijker dan vanaf Meyrueis. Ik zie nog een dode slang op de weg liggen. Die heb je hier dus blijkbaar ook.

Terug op de camping horen we het onweren aan de andere kant van de Mont Aigoual. Gelukkig zijn we droog aangekomen. Al snel begint het op de camping ook wat te spetteren.

Afstand: 86 km

Vervolg van onze reis, Mont Ventoux en Alpen