GROENLAND: Arctic Circle Trail deel 1

woensdag 16 juli 2008

Als we 's ochtends de fietsen terugbrengen naar het VVV kantoor bij de jeugdherberg, informeren we ook even of er nog veranderingen zijn aan de ACT. De vrouw kijkt ons aan alsof ze geen idee heeft waar we het over hebben. OK dan.......Er hangt nog wel een actueel weerbericht. Tot en met vrijdag zon en droog. Mooi! We lopen terug naar de camping en pakken onze spullen in. Toen moesten we ons nog melden bij de politie. Tenminste, er stond in ons Duitse gidsje dat dit verplicht was.

Thuis had ik een A4 gemaakt met onze foto's erop en alle belangrijke gegevens. Dit wilden we dus afgeven op het bureau. Op de deur staat dat ze alleen van 14:00-16:00 open zijn. Toch staan er allemaal politiewagens voor de deur. We besluiten om aan te bellen aangezien we toch graag vroeg willen vertrekken. Een kwaaie Deense hoofdagent doet de deur open en wijst op het bordje en wil de deur alweer dichtdoen. Ik dus snel met m'n papiertje zwaaien: "We want to leave this here in case of an emergency!" Toen zei hij: "Who told you that you should do that? We won't come looking for you. And you don't have to contact the Sisimiut police either!". Ik zei toen dat het in ons Duitse gidsje stond. Daar moest hij om lachen en zei: "oh, the germans are very thorough...". Vervolgens nam hij ons papier toch aan. Hij zou het in een map stoppen. Tenslotte wenst hij ons nog een "safe trip". Alleen als onze familie ons als vermist zou opgeven, komen ze ons zoeken.

Toen we aan het eind van onze reis weer terug waren in Kangerlussuaq, troffen we 2 nederlanders die een paar dagen later aan de ACT begonnen waren. Zij waren ook bij de politie in Kangerlussuaq geweest. Toen had hij direkt geroepen: "oh you must have that German guide!!"
Kortom, het is dus niet nodig om je te melden bij de politie of het VVV kantoor. Zorg dat je familie op de hoogte is van je geplande vertrek en aankomstdatum. En neem zodra je veilig aangekomen bent contact op met je familie. Bedenk wel dat als je rekening houdt met een tocht van 14 dagen en er gebeurt je na 7 dagen iets, dat het dan nog zeker een week duurt voor ze je komen zoeken.

Loop daarom nooit alleen. En zorg dat je een plan hebt voor als er iets mis gaat.
Ons plan was: in geval van een ongeluk. Probeer de gewonde persoon te stabiliseren en in een hut te krijgen of laat hem/haar achter in een tent/slaapzak met voldoende voedsel en water en medicatie. Leg de positie vast met de GPS en op de kaart. Probeer ook een soort hulpsignaal achter te laten wat zichtbaar is vanuit het vliegtuig. Dan gaat de ander met zo weinig mogelijk bepakking op weg naar de bewoonde wereld. Stel dat je dan halverwege de tocht iets overkomt, dan is het maximaal 80 km van de bewoonde wereld. Als het moet kun je dat in 2 dagen redden.

Na het bezoek aan de politie gaan we voor de laatste keer ontbijten in het cafetaria. Het hele vliegveld lijkt wel uitgestorven. Er zijn ook geen vluchten vandaag. We bellen nog even met Fedde's ouders om te zeggen dat we vertrekken. Om 10:45 kunnen we dan eindelijk op pad. De tassen zijn loodzwaar. Even voorbij 'Old Camp' moeten we al stoppen om uit te rusten. Het is ook erg warm vandaag. Nergens schaduw te bekennen. Om ons tegen de zon te beschermen dragen we toch shirts met lange mouwen en ook een lange broek. Met de gevreesde muggen valt het hier erg mee.
De route langs de gravelweg is niet ontzettend boeiend. Af en toe komt er een auto langs met daarin een vrolijk zwaaiende Inuit. Om 15:00 zijn we eindelijk bij de haven van Kangerlussuaq. We houden een korte koffiepauze en gaan dan richting Kellyville.

We ploegen door het zand op weg naar 'the incoherent village'. Hier staat een grote radar. Op de grasvlakte diep onder ons zie ik ineens iets zwarts bewegen. Het is een muskusos! Met de verrekijker kunnen we hem goed zien. Hij is alleen en wandelt daar wat rond.
Voorbij Kellyville moet volgens onze kaart de ACT beginnen. Er is geen grote cairn die het startpunt markeert. Wel zien we een klein hoopje stenen met een oranje half maantje erop. Het pad begint als een autospoor door het gras. We lopen heuvelaf richting het meertje waar we vandaag willen kamperen. Het is inmiddels 17:50 en we hebben het wel gehad voor vandaag. Bij het meertje zien we een platgestampte plek in het hoge gras. Hier heeft eerder een tent gestaan. Dus zetten we onze tent ook maar op deze plek neer. Volgens onze GPS hebben we bijna 19 km gelopen.

Als we net aan ons soepje zitten, zie ik aan de overkant van het meer de muskusos van vanmiddag. Hij kijkt naar ons. Na een poosje scharrelt hij verder en verdwijnt achter een heuvel. Dan een kwartiertje later duikt hij ineens op bij het begin van de ACT en hij komt het pad aflopen. Op zo'n 100 meter van ons af blijft hij staan. Het is een indrukwekkend beest. Ik vergeet zelfs om m'n spiegelreflexcamera erbij te pakken. Als hij een paar minuten later langs een hoger gelegen richel voorbij loopt, kan ik hem nog net even met m'n andere fototoestel op de foto zetten. Dan gaat hij de berg over en is uit het zicht verdwenen, en kunnen wij rustig gaan eten. We nemen ook een toetje vandaag. We willen de eerste dagen goed eten. Hierdoor raken we mooi wat gewicht uit de tassen kwijt en houden we zelf voldoende energie.

donderdag 17 juli 2008

Het zachte gras zorgde voor een fijne ondergrond om op te slapen. Om 7:45 staan we op en eten een Expeditieontbijt. Dit is echt lekker spul. Een beetje Brinta-achtig. Een goede bodem voor de rest van de dag. 9:30 zijn we klaar voor vertrek. We gaan op weg naar de drie zoutmeren. Aan onze linkerhand ligt Mount Evans. Aan de oever van de Hundesö ligt een jagershut. Een eindje verderop houden we een korte pauze. De plek waar we zitten lijkt wat op een mini zoutvlakte. Het is vandaag nog warmer dan gister. Door de droge lucht hebben we ook steeds dorst. Gelukkig hebben we 2 liter Isostar aangemaakt vanochtend.

Voorbij de Hundesö kunnen we langs de oever van de Limnaeasö lopen. Dankzij het heldere weer is het navigeren goed te doen. Vervolgens krijgen we een klim. Bovenop rusten we even uit, maar daar stikt het van de muggen. We lopen verder langs een richel met in de diepte een groot meer. Het pad is smal. Ik zie steeds verse muskusos sporen in het zand, maar de muskusos zelf zien we helaas niet. Om 14:20 komen we aan op een soort hoogvlakte. Hier raken we het spoor wat bijster. We volgen een duidelijk spoor richting een meertje met een eilandje erin. Maar dit blijkt een rendierspoor te zijn. In de verte zien we rechts van ons op een veel hoger gelegen richel een cairn met een maantje erop. Wij blijven maar even beneden lopen en pikken verderop de juiste route weer op. We zien ook nog een rendier. Het eerste levende rendier vandaag! We hebben al wel veel skeletten en geweien gezien.

Rond 16:25 zitten we er aardig doorheen. We moeten nog een steil stuk dalen en komen dan op de plek waar op de kaart een tentje aangegeven staat. Kamperen wordt hier niks. Het is veel te drassig. Er is een smalle landtong met een beek van 3 meter breed en wel zo'n 10 meter moeras aan beide kanten. We besluiten om vandaag de beek maar over te steken. Schoenen uit, slippers aan. Broek oprollen en dan eerst alleen de schoenen overbrengen. Maar het blijkt te diep te zijn. De broek moet ook uit. In onderbroek waden we door het koude water dat halverwege de dijen komt. Het is modderig op de bodem en glad. Als we de beek door zijn moeten we nog door de drek van het moeras tot we op een hoger gelegen plek zijn.
Hier laten we onze broeken en schoenen achter. Ondertussen worden we opgevreten door de muskieten. Nu moeten we weer door de beek om de rugzakken op te halen. Met zo'n zware tas op de rug, zakken we nog dieper in de drek. Op de hoger gelegen plek is net genoeg ruimte voor onze tent. Het is alweer 18:00 geweest en we hebben er zo'n 16 km opzitten. Het is genieten van het uitzicht als we aan onze welverdiende maaltijd zitten. Iemand heeft hier ook een paar laarzen en een paar schoenen achtergelaten. Heel vreemd....

vrijdag 18 juli 2008

's Nachts word ik wakker van het geroffel van hoefjes rond de tent. Door het achterste luchtgat kan ik naar buiten kijken. Het is een groep rendieren die door de beek naar de overkant plonst. Daar schudden ze zich uit en kijken nog even naar onze tent. En weg rennen ze weer! Geweldig!
Om 7 uur 's ochtends is het alweer bloedheet in de tent. Omdat ik gister toch wel wat last had van brandende voeten, smeer ik ze vandaag goed in met Gewohl voetcreme. Dat helpt enorm. Om 9 uur zijn we klaar voor vertrek. We beginnen direkt met een steile klim. Dat valt niet mee. Na twee lange dagen zijn we vandaag best een beetje moe. Er staat bijna geen wind en daardoor zijn de muggen volop aanwezig. Gelukkig hebben we DEET meegebracht. We lopen een lang stuk over een smal spoor dat overwoekerd is door struikjes. Je moet opletten dat je niet struikelt over de taaie takken. Op dit soort stukken heb je ook weinig aan je wandelstokken. Die blijven steeds hangen achter de struiken.

Na een geleidelijke klim komen we tenslotte op de top van de berg en hebben daar een prachtig uitzicht. Heel ver weg zien we een gletsjer liggen. We volgen een heel duidelijk pad dat ineens doodloopt. Nergens meer een cairn te zien. Verdorie. Volgens het gidsje hadden we al eerder moeten afdalen naar het meer Qarlissuit, maar we hebben daar nooit een pad gezien. Nu dalen we maar dwars door de bush af in de richting waar we vermoeden dat het pad zal lopen. Dit dalen gaat niet echt gemakkelijk. Ineens zien we 2 mensen met rugzak lopen. Ze lopen in tegengestelde richting. Als wij ook weer op het pad zijn, maken we een praatje met ze. Het zijn een Inuit man en vrouw op weg naar Kellyville. Ze hebben de sokken er flink in. De man spreekt een klein beetje Engels en hij vertelt ons dat ze twee kano's hebben achtergelaten op de oever van het grote Amitsorsuaq meer. Dat is mooi, dan kunnen we daar gaan varen!
De rivier die naar het meer loopt is bedekt met sneeuw en ijs. Een bijzonder gezicht met deze zomerse temperaturen. Het is nu niet ver meer naar de hut "Katiffik" die op een strandje ligt. Het is nog maar 13:00 en we hebben 7 kilometer gelopen. Toch besluiten we om onze tent hier op te zetten. Het is zo'n mooi plekje. Ook hebben we zin om even te gaan zwemmen in het meer. We hebben ons tenslotte alweer een paar dagen niet echt gewassen.

Als de tent net staat, komt er een groep met 8 luidruchtige Denen aan. Balen! Gedaan is het met de rust. Ze willen hier gelukkig niet kamperen maar ze stoppen om middagpauze te houden. Ze vragen of ze de twee kano's mogen hebben. Wij vinden het wel best, als ze maar weggaan! Pas om 16:00 vertrekken ze eindelijk. Vier gaan in de kano's met al hun bagage en vier lopen verder zonder rugzakken. We balen er een beetje van dat we vandaag al 10 mensen gezien hebben.
Dan hebben we het rijk weer alleen. Op een gegeven moment horen we een hoop lawaai, een 'Northern Diver' heeft een grote vis te pakken. Met luid gegiechel probeert hij hem naar binnen te werken, maar de vis is te sterk en sleurt de vogel achter zich aan. De 'Northern Divers' maken hele aparte geluiden, je hoort ze 's nachts soms ook roepen. Dat klinkt best spookachtig. Overdag hoor je vaak die luide giechelroep.




START VORIGE VOLGENDE