La Marmotte

Januari 2000


Als je ineens veel vrije tijd hebt, krijg je vreemde ideeŽn. Zo bedacht ik half januari dat ik de Marmotte wilde fietsen. La Marmotte, een van de zwaarste tochten onder de cyclosportieven, over de Croix de Fer, de Galibier en Alpe d’Huez, 5 km hoogteverschil, 174 km lang afzien.
Het idee is niet helemaal uit het niets gekomen. Eind 1997 hoorde ik voor het eerst van deze tocht. Dat wou ik toch echt eens meemaken. Maar ik had mijn racefiets nog maar net. Dus moest ik eerst maar wat kilometers gaan maken. Het wielrennen deed ik trouwens vooral als training voor het skeeleren. Samen met m’n moeder heb ik heel wat afgefietst, elfmerentocht, elfstedentocht etc.

Nu moet het er dan toch van komen. Om ook in de winter te kunnen fietsen heb ik een ATB aangeschaft en daar heb ik fijn mee door het bos gecrosst. Ook heb ik daarmee de Egmond-Pier-Egmond gereden. Over het strand, dat was me toch zwaar. Vooral omdat ik de verkeerde banden had, profiel ipv gladde. Stom!

Om me ook mentaal voor te bereiden heb ik op het internet veel verslagen gelezen van mensen die mij voor zijn gegaan. Kaartjes met stijgingspercentages uitgeprint en ingeprent. Mijn motivatie nam alleen maar toe, het moet toch geweldig zijn om zo’n tocht te rijden. En wat een heerlijk gevoel moet dat zijn om de finish te bereiken. Maar, hoe kom ik nou in Frankrijk? Ooit had ik eens een foldertje gekregen van een reisorganisatie die fietsreizen op het programma had staan, ik meende dat zij ook een reis naar de Marmotte organiseerden. En inderdaad, ook dit jaar is er een reis, inclusief een week voorbereiding in de Alpen. Perfect! Laat ik nou net die week vakantie hebben!
Trainingskilometers januari: 244,2 km fiets; 230 km schaats; 52,8 km loop.

Februari 2000


Dus ging ik die reis boeken, formulier ingevuld maar eerst nog niet opgestuurd. Twijfels! Zou ik het wel kunnen. Kan mijn fiets het aan. Ik heb een Giant peloton 7000 fiets, stalen frame, alu druppel velgen, 21 versnellingen ( jawel een triple). Voor: 48-38-28, Achter: 14-16-18-20-22-24-28. Dat is erg handig in de bergen lijkt me. Om er wat meer professioneel uit te zien en vooral om nog wat sneller te kunnen en beter te kunnen klimmen, heb ik mijn toeclips vervangen door SPD pedalen. Wel even wennen. Maar ja, als je al die verhalen hoort van anderen met hun dure fietsjes, kan ik het dan wel met mijn "goedkope" Giantje doen...?

Was ook nog onderuit gegaan met mijn mountainbike, dus even afwachten hoe mijn knie zou herstellen. Dat ging allemaal goed. Zelfs al een ritje op de racefiets gemaakt. Om mijn nieuwe SPD pedalen te testen ( toch nog bijna met fiets en al omgevallen bij een kruispunt). Dan toch maar het formulier in de envelop gedaan en op de brievenbus. Nu zit ik eraan vast! 1 juli is het zover...zucht.

Omdat het weer steeds vrij slecht is, komt er van fietsen op de racefiets nog niet zoveel. Gelukkig is de ijsbaan open en kan ik 1 tot 2 keer per week een middag gaan schaatsen. Natuurlijk op de fiets ernaartoe, is ook weer 20 km. Eind februari blijkt het toch mee te vallen: totaal 838,4 km getraind, 505,4 km fiets; 53 km loop; 250 km schaats; 32 km skeeler. Heb mijn zadel wat omhoog gezet en naar voren, door de nieuwe pedalen zat ik niet helemaal lekker meer met mijn oude afstelling. Het scheelde direct, voelde dat ik veel meer kracht kon zetten. Nog een voordeel van de spd pedalen is dat je ze ook omhoog kunt trekken.

Maart 2000


Ik ben lid geworden van Fietsklub 81. Een toerfietsclub in Friesland. Het leek me namelijk leuk om ook eens samen met anderen te fietsen. Goed voor de motivatie en om mijn snelheid wat op te voeren.
4 maart was de eerste tocht. Van Oudega naar Kuinre vv 92 km. Het hagelde en sneeuwde en het waaide heel erg hard. Machtig! We waren met 16 man. Het viel me heel erg mee dat ik ze bij kon houden. Hoefde er geen moeite voor te doen. Na afloop van de tocht gingen we met de hele club lekker snert eten. Heb nu ook een toerboekje, ik zal proberen zoveel mogelijk kilometers te maken.
Twee mannen van de club gaan naar de Amstel Gold Race en de Waalse Pijl. Ik mag van hun wel mee. Goede voorbereiding voor de Marmotte.

Eerst moest ik met hun mee op zaterdag 11 maart. Volgens mij testten ze me uit. Het tempo lag behoorlijk hoog. Wind mee naar Heerenveen, dat was goed te doen. Toen tegenwind naar Sneek. Poeh..afzien. Ik deed mijn best om aan te klampen. Ik had het snot voor mijn ogen. Ze hebben me er gelukkig niet af kunnen rijden. Ik was wel blij dat we in Sneek gingen stempelen, effe zitten en een bakje koffie. Het laatste stuk ging erg hard, zijwind. Ik hou niet van zijwind. Ik ben nogal licht, bij een flinke windvlaag waai ik de hele weg over. 110 km in 3:30:00. Ik was blij toen ik thuis was.

De volgende dag heb ik met mijn moeder een tocht van 115 km gereden, naar Leeuwarden. Rustig tempo. Had niet echt last van mijn spieren. Mijn rug moet er nog wat aan wennen om zo lang achtereen te fietsen.
Omdat ik mee wilde doen met een tocht in Driebergen, heb ik de fiets meegenomen naar Zeist in de trein. Nog wat 100 km tochten gereden in de omgeving, naar Wageningen en Woerden. Leuk om eens in een andere omgeving te rijden. Afdaling van de Grebbeberg, 7 %. Ik vond het geweldig. Eigenlijk zag ik erg op tegen de afdalingen straks in de Ardennen en in de Alpen, nu niet meer. Remmen gaat ook heel goed. Nadeel van deze omgeving is dat je veel meer stoplichten hebt dan in Friesland. Rij je net lekker, moet je weer stoppen. Dankzij het goede weer kon ik deze week veel kilometers maken.

Mei 2000: De ardennen, een verslag


Het echte wielrennen

Twee mannen van de fietsclub, Pieter en Stoffel, en ik vertrokken al op dinsdag 30 mei. Dinsdagmiddag kwamen we aan op de camping.
We konden niet direct gaan fietsen omdat iemand nog een nieuwe fietsketting moest kopen, gelukkig vonden we na een tijd zoeken een fietswinkel in Spa die wel open was. Nadat we de spullen in de caravan gebracht hadden konden we op de fiets stappen.
Het begon al goed; om van de camping af te komen moet je een vrij steile helling beklimmen en natuurlijk had ik een verkeerde versnelling gekozen, ik moest gelijk van de fiets. Eerst gingen we richting Spa, het was wel wennen. De wegen zijn niet zo best en de auto’s scheuren vlak langs je. We waren nog maar net onderweg of het begon al te regenen. "Het regent altijd wanneer ik met jullie fiets." zei ik tegen de mannen. Vanuit Spa volgde de eerste echte klim. Ik wist niet wat me overkwam. Het eerste stuk wilde ik veel te hard, ik ademde niet goed en raakte dus totaal buiten adem. Het leek alsof er geen einde aan kwam. De klim was dan ook wel 5 km lang. Gelukkig volgt na een klim altijd een afdaling. Maar dalen moet je ook leren. Ik vond het eerst best eng, bovendien was de weg nat. Stoffel en Pieter scheurden keihard naar beneden en waren al gauw uit zicht verdwenen. Op mijn grootste verzet kon ik niet meer meetrappen als ik 50 km/h ging. Dat vond ik hard genoeg.

We gingen verder langs de watervallen van Coo naar Stavelot. Daar hebben we de Haute Levee nog beklommen. Hier ging het klimmen al een stuk beter. Het belangrijkste is om je ademhaling goed onder controle te houden en een verzet te kiezen dat je makkelijk kunt trappen. In de Ardennen ontdek je pas waarom een fiets zoveel versnellingen heeft, je blijft maar schakelen. Ik was erg blij met mijn 21 versnellingen, vooral met mijn kleine voorblad. Ondertussen spoelde het van de regen. Dus snel terug naar de camping.
Toch nog 60 km gefietst. Zo’n afstand in de Ardennen kun je niet vergelijken met een tochtje van 60 km in Friesland.

Woensdag was het prachtig weer. De kleren waren weer droog, de fietsen gepoetst. Vandaag ging de tocht naar Remouchamps, waar we La Redoute beklommen hebben.

La Redoute
De profs vliegen daar naar boven, ik ging nog net 6 km/h, slingerend over de weg. Van tevoren kun je je geen voorstelling maken van een helling van 20 %, pas als je er omhoog moet rijden weet je wat het is. Een van mijn docenten had hier eens met een Belg gefietst; " Ge rijdt hier recht naar God" had hij gezegd. Ik kwam erachter dat dit niet overdreven was. Langs dezelfde weg gingen we ook naar beneden, ik was blij dat mijn remmen goed werkten.
Toch ging het dalen al beter, mijn record was 62 km/h.
Na een lunchpauze op de camping zijn we nog naar Baraque Michel gefietst, het hoogste punt van BelgiŽ. Een hele lange klim, maar goed te doen in mijn eigen tempo. De anderen wachtten boven wel. Konden ze mooi even uitrusten!

Donderdag moesten we al om 3:45 opstaan om op tijd in Heerlen te zijn waar om 6 uur de start van de Amstel Gold Race was. De mannen reden de 255 km, ik had besloten om de 150 km te rijden. Er waren ontzettend veel deelnemers. Het was een prachtige tocht, mooi weer maar wel harde wind. In totaal 17 beklimmingen. De Keutenberg vond ik het zwaarste met een stuk van 22 %. Als je in het zadel bleef zitten, kwam je voorwiel van de grond. Velen moesten hier van de fiets. Ik hoefde nergens af te stappen. Een groot deel van de tocht heb ik met Jeen van der Berg opgefietst. Dat was erg gezellig. Ik had hem eerst niet eens herkend, hoewel hij me wel erg bekend voor kwam. Op een paar slechte wegen na was het een mooie route, en er waren nergens stoplichten onderweg. Bij de finish heb ik Stoffel en Pieter opgewacht.

Ondertussen was de schaatsclub ook op de camping aangekomen, ze hadden 4 geweldige verzorgers meegebracht die het eten al voor ons klaar hadden.
Vrijdag hebben we met de hele ploeg een tochtje gemaakt, ook weer naar de watervallen bij Coo. Daar konden we onze voeten laten afkoelen in de rivier en soep en brood eten. Op de terugweg gingen we over de Rosier, hier bleek dat ik met de snelle jongens naar boven kon. Ik had nog wat getwijfeld of ik zaterdag de lange afstand wel aan zou kunnen, ook omdat de andere vrouwen de korte tocht gingen rijden. Maar nu wist ik dat ik toch de 210 km ging rijden, daarvoor was ik tenslotte mee gegaan!

Na een korte nacht met weinig slaap was daar de grote dag. Om 6 uur startten we in Spa. De tocht ging over 20 hellingen met in totaal een hoogteverschil van zo’n 3500 m. s’ Ochtends vroeg was het al warm, maar het werd steeds warmer en benauwder. Vooral op de hellingen liep het zweet over je hoofd. Veel drinken was dus erg belangrijk. Na de Redoute was onze groep al uit elkaar. Ik ging in mijn eigen tempo verder, dat is toch het beste met zo’n tocht. Een van de mannen had ongeveer hetzelfde tempo. We hebben de tocht grotendeels samen gefietst, alleen klom ik sneller en hij daalde sneller. Ik was erg blij dat hij nog bij mij was, dan had je af en toe wat afleiding. Want 210 km helemaal alleen fietsen is bijna niet te doen. Er waren niet zo heel veel deelnemers. Af en toe zag je een groepje. Het laatste stuk was wat drukker omdat de kortere afstanden daar op de route kwamen. We hadden twee volgauto’s mee met eten en drinken, dat was fantastisch. Ze wachtten ons onderweg steeds op zodat we onze voorraden weer konden aanvullen.

De laatste 50 km waren het zwaarst, dan volgen 4 hele steile hellingen vlak achterelkaar; De Stockeu, de Wanne, Thier de Coo en tenslotte nog de Haute Levee. Op de Thier de Coo ging mijn lichtje uit, vlak voor de controlepost kwam ik nauwelijks vooruit. Daar moest ik dus een stukje lopen. Wel balen maar geen schande, want de meesten kwamen daar lopend boven. De warmte en de afstand eisen dan hun tol. De laatste helling was de Rosier, de lucht was al betrokken en hier begon het te plenzen. Dat was eigenlijk wel lekker, want het was zo ontzettend warm. Het onweer was minder leuk, op de top zag ik een bliksem vlak bij me naar beneden komen. Een geweldige klap. Zo snel als ik kon heb ik het laatste stuk gefietst. De afdaling was nu erg gevaarlijk met die regen, 1 keer kwam ik in het grind, ik kon er nog net uitsturen. We moesten zelfs nog over een modderweggetje, het water stroomde naar beneden zo hard regende het. Om 16:30 waren we bij de finish. Ik was erg moe maar wel trots en voldaan dat ik het gehaald had. Er was echter geen sprake van vroeg naar bed gaan; iedereen moest mee naar de disco op de camping.
En toen was het alweer zondag en tijd om naar huis te gaan. Ik heb een prachtige week gehad. Fietsen in de Ardennen is eigenlijk niet te beschrijven, dat moet je mee maken. Ik kan het iedereen aanraden om ook eens te gaan. Want fietsen in de Ardennen, dat is pas echt wielrennen.

juni 2000: Het is zover....

1e etappe: Bellegarde -Thorens Glieres
Na een lange busreis arriveerden we om 8:30 op een camping bij Bellegarde. Hoewel het een slaapbus was, heb ik geen oog dicht gedaan. De begeleiding van Cycletours stond al op ons te wachten. Wat duf van de reis sjouwden we de tassen en de fietsen naar de plek waar het ontbijt voor ons klaar stond. En dan kijk je eens om je heen: overal bergen! Het ontbijt was, evenals de rest van de maaltijden deze reis, prima verzorgd. We maakten lunchpakketjes klaar voor op de fiets en nadat iedereen zich omgekleed had konden we vertrekken.

Het was in het begin heel onwerkelijk, maar in de eerste klim ontwaakte je wel uit je droom. De Col de Richemont was nog maar een opwarmertje, 1060 m hoog, een klim van 9,5 km. Ik kon mijn tempo rond de 13-14 km/h houden. Af en toe zag je de Mont Blanc tussen de bomen door. Schitterend! Na de afdaling volgde de zware klim van de Grand Colombier, het was eigenlijk de bedoeling dat we hem van de moeilijkste kant zouden doen, maar omdat het de eerste dag was mochten we langs een minder steile route met toch ook nog stukken van 14% en 19%. De zon scheen volop, dus moest je vooral niet vergeten te drinken. De krekels in Frankrijk maken een ontzettende herrie. De Grand Colombier is 1501 m hoog, 11 km klimmen. Het laatste stuk was zwaar, maar als je de top bereikt heb je zo’n geweldig uitzicht. Boven stapte ik trillend van inspanning van mijn fiets en moest ik een tijdje uithijgen. Kopje thee, wat eten en rondkijken. Het was heel helder, de Mont Blanc was duidelijk te zien.
Tijdens de afdaling zag ik dat we geluk hadden dat we de Grand Colombier niet van die kant hoefden te beklimmen. Vreselijk steile stukken. Je moest flink remmen want de weg was erg bochtig, ook moest je oppassen voor overstekende reeŽn. Er was wel heel weinig verkeer op de route. Een paar mensen van onze groep stonden met lekke banden aan de kant van de weg.

Onderaan stond het Cycletours busje klaar, de soepservice. Na 57 km fietsen ging dat er wel in. De bidons bijvullen en dan weer op pad. Ik dacht dat het tweede deel van de rit niet zo moeilijk zou zijn, dat viel vies tegen. Nadat we in Seyssel over de brug over de Rhone waren gefietst, volgde er weer een klim van zo’n 10 km. Ik merkte dat ik niet zo fit meer was. Geen wonder na zo’n slechte nachtrust. De laatste 50 km naar Thorens Glieres waren dan ook een lange martelgang. Ik vroeg me voortdurend af waar ik in vredesnaam mee bezig was, waarom doe ik dit, wat wil ik bewijzen......etc. En het werd warmer en warmer. Visioenen van een groot glas cola drongen zich op. Ook de anderen hadden het moeilijk. Tot mijn opluchting zeiden zij dat ze zich ook afvroegen waar ze mee bezig waren. Zelfs op het vlakke kon ik geen zwaar verzet meer trappen. Net toen ik dacht: "als er nu nog een klim komt, red ik het niet meer....", arriveerden we om 16:30 in Thorens Glieres. Daar zijn we eerst op een terras neergeploft, drinken!! Langzaam druppelden de mensen van onze groep binnen. En vandaag was het nog maar 109 km.......

We verbleven in Hotel du Parmelan, de eigenaar was een Nederlander. Ik was wel toe aan een douche en schone kleren. ‘s Avonds kregen we een meergangen diner. Na zo’n dagje fietsen kun je heel wat eten op. Tijdens het diner kun je ook eens verder kennis maken met de mensen uit de groep. We waren met 24 mannen en 5 vrouwen. Ik was veruit de jongste deelnemer. Maar tijdens zo’n reis is eigenlijk iedereen gelijk, het is voor iedereen even zwaar en we hadden allemaal maar 1 doel: de Marmotte zo goed mogelijk rijden. Een aantal mensen had al vaker meegedaan, anderen hadden wel ervaring in de bergen maar durfden zich pas dit jaar op te geven. Nog twee anderen waren net als ik voor het eerst in de bergen. Na het diner en een korte wandeling ben ik maar snel gaan slapen.

2e etappe: Thorens Glieres - Seez


Behoorlijk uitgerust konden we om 9 uur aan de 2e etappe beginnen. Tijd om los te rijden was er niet, we kregen direct de Col de Glieres (1440 m) voor de kiezen. Niet een van de makkelijkste beklimmingen, 14,5 km lang. Na de eerste kilometers kwam ik goed in mijn ritme en ging het best lekker. Ik vind de bochten altijd geweldig, even door de buitenbocht en je benen een beetje rust geven. Ik kon het grootste deel van de klim op de 38*26 en de 38*28 rijden. Boven even op de foto bij het bordje. Maar snel door want er kwam een onheilspellende lucht aan. We moesten 1,9 km over een onverharde weg, verschrikkelijk is dat op de racefiets. Daarna eerst de banden controleren, alles was nog heel gelukkig.

De afdaling was erg gevaarlijk, smalle bochten en veel natte stukken. Onderaan gekomen bleek dat ik de mensen die bij me waren ver achter gelaten had met dalen. Terwijl ik ook niet zo’n held ben in de afdaling. Dus ging ik maar alleen verder richting Entremont, want de etappe was nog lang. Inmiddels was het gaan regenen. De Col des Aravis ( 1498 m), 8 km klimmen, was niet moeilijk. Vlak voor de top waren ze echter aan het asfalteren. Maar wij hadden geen zin om te wachten, dus met de fiets onder het schrikdraad door en door een weiland naar boven geklommen. Mijn schoenen zaten vol met koeiemest en ik kreeg een harde schok toen ik boven weer onder het draad door moest, van schrik viel ik met mijn arm in de brandnetels. Lekker!! Je maakt wat mee......
En toen begon het te plenzen en te onweren. Maar even gaan schuilen in een souvenirswinkeltje op de top. Zodra het ergste voorbij was zijn we verder gegaan, in de afdaling werd je toch nog zeiknat van het opspattende water. Het was ook behoorlijk koud. De regen hield niet op, ik zag weinig meer door mijn bril. De klim naar de top van de Saissies ( 1550m) was lang, 13 km, en nat. Op de top stonden ze klaar met soep, ze hadden een soort tent waar we onder konden zitten. Geweldig! Ik rammelde van de honger, tenminste zo voelde het.
Later bleek dat de 2e kop soep er een teveel was. Of de combinatie soep met yoghurt, ranja, koffie, banaan. Want in het begin van de klim van de Cormet de Roselend werd ik een beetje misselijk. Ik was niet vooruit te branden. Maar even langs de kant gestaan. Met tegenzin een pakje Extran gedronken. Dat hielp, ik kon weer verder. Vanuit Beaufort is het 20 km naar de top van de Roselend ( 1968 m). Het is een klim in 2 delen, eerst 12 km tot het stuwmeer waar best steile stukken inzitten. En dan nog 8 km naar de top. Grote delen heb ik op mijn 28*28 gefietst. Door de regen en kou waren mijn spieren stijf geworden.
Onderweg haalde ik mensen van de groep in, dat motiveert wel. Op de top lag nog wat sneeuw. De Roselend is wel schitterend, de rotsen en het stuwmeer. Echt prachtig. Kopje thee op de top en dan een fijne afdaling. Mooie brede weg, die wonder boven wonder droog was. Het laatste stuk naar Seez moesten we langs een drukke weg rijden, de auto’s scheurden vlak langs je. Om 18:55 was ik bij hotel Malgovert. Vandaag 130 km gereden. Een lange zware dag. Veel mensen hadden lekke banden gehad. Mijn kamergenote zelfs 3x, wat een ramp. Een persoon was ergens verkeerd gefietst, had een zware col beklommen en kwam er daar boven achter dat er iets mis gegaan was. De begeleiding heeft hem opgehaald bij het stuwmeer. Daar was hij maar wat gaan eten in het restaurant omdat het al zo laat was. Mijn fiets was nogal smerig maar ik was te moe om hem schoon te maken.

3e etappe: Seez - Alpe d’Huez


Vandaag stond ons weer een zware etappe te wachten. Om 6:45 al opgestaan zodat we wat vroeger konden vertrekken. Alle bagage moest weer ingeladen worden, dat is iedere dag een heel gedoe. Bij het ontbijt bleek dat voor veel mensen de 2e etappe erg zwaar was geweest. Zo zwaar, dat ze besloten vandaag helemaal niet te fietsen of om met het busje naar de top van de Madeleine te gaan. Anderen kozen ervoor om met het busje naar de top van de Glandon gebracht te worden. Ik voelde mijn spieren ook wel maar ik wilde perse fietsen. Daarvoor was ik tenslotte naar Frankrijk gekomen.

Om 8:15 zaten we op de fiets. Van Seez naar de voet van de Madeleine hebben we ontzettend hard gereden. De weg, met druk autoverkeer, liep licht naar beneden, dus dat ging lekker. Ik reed zelfs met de snelsten mee. De Madeleine was geweldig, alleen in de eerste bochten lag nieuw split, het teer was nog nat hier en daar. Dat was dus een beetje uitkijken en steeds de steentjes van je band vegen. Ik haalde twee Fransen in. Toen ik even gestopt was om een pakje Extran te drinken, haalde 1 van hen mij weer in: "Tu es fatigue?". "Non" zei ik en reed hem hard voorbij. Ik heb hem niet weer gezien. De Madeleine is echt mijn klim, het kostte nauwelijks moeite. Het laatste stuk is best steil. Daar werd ik nog bijna door een helicopter van de berg geblazen. Hij kwam ineens over de rand! Ik moest snel stoppen, schrok me rot!
Op het asfalt stonden nog teksten van de Tour de France. Zo gek dat je er nu zelf rijdt. Af en toe kreeg ik gewoon kippevel. Zo mooi was het. Het was er ook zo rustig, je hoorde alleen het gerinkel van de koeiebellen en het geluid van je bandjes op het asfalt.
Ik was als 5e boven. Er stonden nog wat Nederlanders, met mountainbikes. 1 man werd door zijn vrouw vastgehouden, anders viel hij om. Foto op de top, 2000 m. De klim is 26 km, ik heb er 2 uur en 15 minuten over gedaan.
Op de top van de Madeleine
De afdaling werd verpest door een berg losliggende steentjes. In La Chambre konden we soep eten bij de bus. Echt ideaal zo’n Cycletours reis. Je hoeft alleen maar aan fietsen te denken.

Met een groepje zijn we verder gegaan naar de voet van de Glandon. Daar heb ik ze laten gaan, want hun tempo was toch wat te hoog. De Glandon ( 1924 m) was verschrikkelijk afzien, ik kan me niet herinneren dat ik ooit erger heb afgezien dan daar. Het was ontzettend warm. Al in het eerste deel ging ik niet zo hard, 8 km/h. Daar haalde ik een man in die daar al zo’n 6 km/h ging, slingerend over de weg. "Hoe komt die ooit boven", dacht ik. Na zo’n 14 km klimmen zag ik een plekje in de schaduw. Daar moest ik even stoppen om een broodje te eten en wat te drinken. Ik zat net weer op de fiets toen het Cycletours busje me voorbij reed, kon ik mooi mijn bidon laten bijvullen. De mensen die vandaag niet fietsten moedigden me aan. Op de Glandon kon je de marmotten horen fluiten maar ik heb ze niet gezien.
Ik kon de top al zien, nog maar 5 km! Wat is nou 5 km........
Nou, dat is nog een uur klimmen. Het was zo steil dat ik nog maar 5 km/h kon rijden op mijn 28*28. Bij elke bocht dacht ik: "Nu moet het toch minder worden, het kan toch niet erger" Het kon dus nog erger. Een zinnetje uit "de Renner" kwam steeds in mij op, "Courir c’est mourir un peu". Ik schuifel vooruit, slingerend. Met een noodgang vliegen een stuk of zes renners naar beneden. "Allez, allez!!". Twee engelsen komen voorbij. " I wish I had the gear you’re riding" zei de ene hijgend tegen mij. Als ik geen 28*28 had gehad, moest ik hier lopen.
500 m voor de top haalt het andere busje mij in: "Kom op Marijke, je gaat het halen!" roepen ze. Dat helpt. Een jongen van de groep haalt mij in, hij klimt met een zwaar verzet. Boven zit hij uitgeput in het gras. Wat ben ik blij dat ik boven ben. Wat een verschrikkelijke berg. "Nooit meer de Glandon", denk ik. Ik herstel redelijk snel. Jasje aan, Snickers eten, koppen thee. Ik vraag de jongen of hij die langzame man ook heeft gezien. Hij zegt dat hij hem in het eerste deel van de klim in heeft gehaald, daar zat hij heel tevreden met zijn voeten in een stroompje water.
de Glandon, eindelijk boven...

Na een minuut of tien zet ik de rit voort, de afdaling van de Glandon gaat over dezelfde weg als de klim naar de Croix de Fer. Ik moest dus goed opletten, want hier moet ik zaterdag weer langs. In de afdaling zitten nog een paar gemene klimmetjes. En dan heb je je windjackje nog aan en je helm op. Lekker warm! Ik sta zowat stil in de klim. Met de grootste moeite haal ik een jongen en een meisje met zware bepakking in. Er staat veel wind, vooral bij het stuwmeer moet je nog flink trappen om wat snelheid te houden. Langs het water bij Bourg d’Oisans kan ik even in het wiel zitten bij iemand die mij ingehaald heeft. We zijn er nog niet.....er wacht ons nog een klim naar Alpe d’Huez. Niet de klassieke klim, maar via Villard Reculas. Weer een klim van 20 km. Het gaat moeizaam, ik heb de Glandon nog in m’n benen. "Ik stap af, dit is gekkenwerk, ik stap af" denk ik voortdurend. Maar ik stap niet af. Dan moet je in het busje, ook geen pretje in de bergen op zo’n smal weggetje.


Mijn water is op. Gelukkig haalt een stel van onze groep mij in, ik krijg een bidon van ze. Het lijkt wel alsof Villard Reculas niet bestaat. Na elke bocht komt weer een bocht. Na 11 km ben ik eindelijk in het dorpje. De klim gaat verder langs een hele smalle weg, met een diep ravijn. Daar in de diepte ligt Bourg d’Oisans. Een motor komt me tegemoet, ik rijd op het randje van de afgrond. Brrr. Nu even niet slingeren. Bij het uitkijkpunt stop ik om een foto te maken. Na een stukje dalen kom je uit op de "echte" weg naar Alpe d’Huez. Dan moet ik nog 4 van de bochten rijden, plus nog een paar bochten naar ons hotel: Hotel les Grandes Rousses. Hoe kunnen ze de volgende winnaar op Alpe d’Huez nog een bordje geven? De bochten zijn op. Mijn tempo is al bijzonder laag en dan heb ik ook nog eens tegenwind en die smerige uitlaatgassen maken het ademhalen er niet gemakkelijker op. Een stel Italianen daalt af: "Allora, yeppa yeppa!!!" schreeuwen ze. Ik heb het wel gehad met deze etappe. Om 19:20 ben ik er, vandaag heb ik 154 km afgelegd. Volledig uitgeteld maar wel heel tevreden dat ik als een van de weinigen van de groep de etappe in zijn geheel gefietst heb. Ik kan zelfs nog een deel van de voetbalwedstrijd kijken. Het hotel zit vol met wielrenners. Veel Nederlanders, maar ook Denen, Spanjaarden, Belgen en Italianen. De wielrenners zijn goed te herkennen aan de randjes op hun benen: "Duo Penotti". Er staan heel veel fietsen in de garage, de ene nog mooier dan de ander. Ik ga vroeg slapen, morgen een rustdag. Daar ben ik hard aan toe.

Rustdag


Toch niet al te lang op bed blijven liggen want dan kan ik ‘s avonds niet in slaap komen. Wat hebben we een prachtig uitzicht vanaf ons balkon.
Ik voel mijn spieren wel. Vooral als ik na het ontbijt de trappen weer op moet. Iedereen ging in de weer met doeken en spuitbussen om de fietsen in orde te maken voor de grote dag. De vraag naar 28 en triples was groot. Ze moesten met het busje naar een fietsenzaak in Bourg d’Oisans waar nog een voorraadje was. Ik poets het stof van m’n fiets, hij was zo smerig dat je de kleur niet meer kon zien. Ik smeer de ketting en de tandwielen. Haal nog wat steentjes uit m’n banden. Zo moet het maar.
Zo’n rustdag duurt best lang. Ik heb wat wandelingetjes gemaakt, kaarten gekocht etc. Ze zijn al druk bezig met het finishdorp. Er staan lange rijen bij de inschrijving. ‘s Middags ben ik maar een tijdje gaan liggen, dat doen de echte profs immers ook.
Om 18:30 moeten we verzamelen in de lobby, de startnummers worden uitgereikt. Alle gezichten staan gespannen. Ik heb nummer 427. De dag komt nu akelig snel dichterbij.
Het diner bestaat uit aardappelsoep ( alweer) en macaroni. Er wordt onvoorstelbaar veel gegeten.
Ik zoek al m’n spullen bij elkaar voor morgen. Ik heb een mooi nieuw shirt gekocht, van Cycletours, met de route van La Marmotte erop. Als ik dat shirt morgen aan doe, moet ik de tocht wel uitrijden!
Om 22:00 lig ik in bed, maar het duurt lang voor ik in slaap val.

1 juli 2000: Marmotte-dag


Om 4:30 gaat de wekker. Het is zover! Voor deze dag heb ik maanden getraind.
Bij het ontbijt is het erg stil, ik heb weinig trek. Met moeite eet ik twee stukken stokbrood met kaas en een bord yoghurt met cruesli. Ik krijg het bijna niet weg. Iedereen eet met lange tanden. Sommigen zitten aan een bord spaghetti. Ik word een beetje misselijk als ik dat zie en ik ga maar snel terug naar de kamer. Doe mijn fietskleren aan, prop mijn zakken vol met eten. Waarschijnlijk hoef ik dat onderweg toch niet, maar stel je voor dat je honger krijgt.


We moeten eerst nog afdalen naar Bourg d’Oisans. Daarom trek ik mijn lange broek aan, jasje aan. Om 6 uur vertrekken we. Het is koud. Ik zie dat de eerste bochten van Alpe d’Huez erg steil zijn. Dat wordt wat vanmiddag. Om ongeveer 6:40 staan we in het startvak. Er is een speciaal vak voor de Cycletours groep. Een groep van meer dan 100 man. Zenuwachtig gedoe voor de start. Om de beurt zie je mannen naar de bosjes lopen om te gaan plassen, sommigen moeten wel twee keer.
Vlak voor de start doe ik mijn lange broek en jack uit, het wordt straks wel warm in de klim.
Iedereen zit rillend op de fiets, van de spanning en de kou. Er proberen renners voor te dringen, die worden weggestuurd door mensen van de organisatie. 7:15, de starttijd, maar we mogen nog niet. We schuiven een stukje naar voren.
7:20 gaan we dan van start. Als gekken sprinten we weg. Ik word gewoon meegezogen. Het plan om de eerste tien kilometer rustig aan te doen kan ik wel vergeten. Na de eerste paar honderd meter staat er al iemand met een lekke band. Dan heb je wel pech! Een andere renner vindt het nodig om vanaf de fiets te plassen terwijl er allemaal mensen langs de kant staan. Ik probeer de spetters te ontwijken.
De klim tot het stuwmeer is zwaar, ik moet in m’n ritme komen, de spieren zijn nog koud. Er zitten erg steile stukken in, vooral daar waar de berg ingestort is. Sommigen staan ineens stil, ik moet een rare beweging maken om een botsing te vermijden.
Bij het stuwmeer drink ik een pakje Extran. Nu wordt het wat minder steil. Mensen praten nog, lachen nog. Tja, straks niet meer denk ik. De weg naar de top van de Croix de Fer ( 2085 m) staat vol met auto’s. Voor ons rijdt een lang lint van fietsers. Een mooi gezicht. Ik word ingehaald door een lilliputter op een heel klein fietsje! Later zie ik ook nog een man met 1 been. Een hele prestatie om zo de Marmotte te kunnen rijden. Vlak voor de top komen we op de foto.
 Op de Croix de Fer
Om 9:45 ben ik boven. Mooi op tijd. Bij de tafels met eten is het een gedrang van jewelste. Ik drink alleen wat thee en eet mijn banaan op. Dan snel verder. In de afdaling zijn ze met de weg bezig. Modder en steentjes, flink remmen. Het is geen beste weg, bordjes waarschuwen voor slecht wegdek. Ik hobbel door heel wat gaten heen. "Tunnel mal eclaire" staat er op een bordje, vanuit de zon ineens in het donker. Ik zie niks meer. Begin te slingeren. Vreselijk zo’n tunnel. Er volgen nog twee tunneltjes, nu zijn mijn ogen wat meer aan het donker gewend. Ik ga maar niet te hard. Na het laatste tunneltje komt een scherpe bocht, er staat een man met een rode vlag. Ik rem hard, zie veel mensen, een ambulance en een helicopter die een renner uit het ravijn takelt. Ik zit te shaken op de fiets, er is er eentje over de rand gegaan. Er zijn fietsers die stoppen, ik ga maar door. Het is zo akelig om te zien. Een tijdje durf ik niet hard te dalen. Sommige fietsers nemen ook zoveel risico. Die nemen bijvoorbeeld de buitenbocht terwijl er tegemoetkomend verkeer is. Ze snijden je ook af. Vooral de Denen rijden slecht.

Het is nog een heel eind naar de voet van de Telegraphe ( 1570 m). Dat valt me tegen. Ik rijd een heel stuk alleen. Als de klim begint, stop ik even om mijn helm af te zetten. Het klimmen gaat geweldig, ik kan steeds 10-11 km/h rijden zonder dat het al te veel kracht kost. Mensen aan de kant van de weg moedigen ons aan: "Allez!, Courage!". Als vrouw word je extra aangemoedigd, niet eerlijk eigenlijk. Er rijden ontzettend veel Nederlanders rond.
Het begint te regenen. Dat is vervelend, ik hoop dat het op de Galibier droog is, anders zal het moeilijk worden om op tijd in Bourg d’Oisans te komen. Ik begin wat honger te krijgen maar ik rijd op de top direct door. Cycletours staat in Valloire met soep en brood. Ik hoor mensen zeggen dat de renner die in het ravijn lag, dood is. Hij reed in de kopgroep. Daar schrik je wel van. Later hoor ik dat hij nog wel leeft maar zwaar gewond is. Ik pauzeer niet te lang. Nu komt de Galibier (2645 m), ik heb me op het ergste voorbereid maar het valt me mee. Het gaat heel goed en het regent niet meer. Alleen het laatste stuk is erg zwaar. Je ziet veel mensen afstappen, op de betonblokken zitten of zomaar op de grond. Ik maak onder het fietsen een foto, de man naast me kijkt me verbaasd aan. Hij heeft het duidelijk moeilijk. De Galibier is wel heel mooi, die rotsen, steile afgrond.
Op de Galibier Om 15:00 ben ik op de top. Er is iemand in staat om een foto van mij bij het bordje te maken. Ik vul mijn bidons en eet een gesmolten Snickers. Een paar bekertjes thee gaan er ook wel in. Eten is moeilijk weg te krijgen.


Ik heb nu al het gevoel dat ik het ga halen. Afdalen tot Bourg d’Oisans, zo’n 45 km. In het eerste stuk zitten "virages dangereux" maar verderop zijn lange rechte stukken waar je lekker hard kunt. Ik weet niet hoe hard ik ging, want ik durfde niet op mijn tellertje te kijken. Vlak onder de top van de Galibier is een parkeerterrein waar opvallend veel renners in de auto stappen. Er waren ook weer tunnels. De zon begon te schijnen en het werd dus warmer. Een paar korte klimmetjes. De laatste km’s naar Bourg staat er nog wat wind. Ik rijd op kop, als ik omkijk zie ik dat er een hele lange sliert achter mij zit.


Om 16:45 ben ik aan de voet van Alpe d’Huez (1840 m). Bij de ravitaillering drink ik een pakje Extran en eet een banaan. Dat had ik beter niet kunnen doen. Ik kom nog iemand tegen waar ik in de Waalse pijl een stuk mee heb gereden. Dat is toevallig! Hij had het vorig jaar niet voor 18:00 gered, nu gaat hij het halen. Om 16:54 begin ik aan de klim. Het is erg warm, de eerste bochten zijn vreselijk zwaar. Velen stappen af in de eerste bocht. Ik heb besloten om gewoon door te gaan, want als je een keer ergens stopt komt er geen einde aan. We worden hier en daar aangemoedigd, dat motiveert wel. In La Grave krijgen we water. Ik voel me een beetje misselijk, de banaan komt steeds boven. Ik drink teveel koud water. Elke bocht staat vol met renners. Ondertussen dalen er ook heel veel af, zij hebben het al gehaald. Lachend en schreeuwend komen ze naar beneden, geen teken van medelijden met hen die nog naar boven moeten. Ze pikken zelfs de buitenbochten in. Een bus gaat me voorbij, ik rijd in de smerige walm uitlaatgassen. Alpe d’Huez is geen mooie berg, hij heeft slechts de naam. Ik vind het maar een stinkberg. Halverwege de klim staan weer mensen met water, een Italiaan geeft me twee bekertjes: " e merita, e merita!!" blijft hij maar zeggen. Hoewel mijn maag van streek is, drink ik het water toch maar op. Ik heb zo’n dorst. Iedereen probeert zo veel mogelijk in de schaduw te rijden. Dat zijn maar kleine stukjes. Sommigen houden hun hoofd onder een stroom water langs de kant van de weg. Anderen slingeren over de weg, het zijn net zombies. Je moet oppassen voor mensen die weer op hun fiets willen stappen, ze rijden je zo omver want ze zien niks meer.
Ik tel de bochten af, de laatste zijn ook steil. Maar het idee dat ik het ga halen geeft de kracht om door te gaan. Het laatste stuk naar de finish kan ik nog sprinten. Ik heb het gehaald!!! Om 18:34 rijd ik door de finish.
En dan moet je in het gedrang om je brevet op te halen, ongelooflijk hoe agressief ze daar waren. Duwen en stompen om vooraan te komen. Niet zo lekker na zo’n inspanning.
Tenslotte heb ik dan toch m’n brevet: zilver!! Ik had geen idee dat ik binnen die limiet was gebleven. Mijn tijd is 11:19:36. Veel sneller dan ik verwacht had. Onze hele groep heeft het gered. Het was een geweldige ervaring. Ik vond het wel zwaar, maar vergeleken bij de rit van donderdag over de Glandon vond ik het meevallen. Waarschijnlijk is dit voor mij niet de laatste keer geweest, hoewel ik het niet ieder jaar zou willen doen.

De laatste dag


Vandaag hadden we nog tot 17:15 de tijd om uit te rusten, foto’s te halen, krantje te kopen etc. We zijn nog met een groepje naar de Pic Blanc geweest, 3330 m hoog, met een kabelbaantje. Dat was leuk, met je korte broek in de sneeuw. Ik voelde mijn benen wel, maar het viel me erg mee. Mijn rug en armen waren wel wat pijnlijk. En toen moesten we de bus weer in. De Alpe afdalen in de bus gaat niet zo hard. Je kunt beter fietsen. Maar daar had ik vandaag absoluut geen zin in. Onderweg was er nog een afscheidsdiner. Er werd nu meer gepraat dan op de heenweg. Iedereen was tevreden en opgelucht dat het voorbij was. Na een lange slapeloze nacht in de bus arriveerden we in Nederland. Het was een fantastische reis.

Gegevens


Voorbereiding van januari tot aan de Marmotte week:
- 5126 km fietsen, veel lange tochten: Rondje IJsselmeer, Limburgs mooiste, Waalse Pijl, Elfstedentocht etc.
- 448 km skeeleren
- 550 km schaatsen
- 200 km hardlopen

Mijn tijd: 11:19:36, ik was 2357e van de 2666 die aangekomen zijn. Er waren meer dan 4500 deelnemers. Ik was 39e in mijn categorie, dames onder de 39 jaar.
Gegeten: 2 bananen, 1 snickers, 2 stukken stokbrood, 1 tomatensoep, 1 bekertje yoghurt, 2 pakjes extran, een half rolletje dextro energy, 1 stukje sinaasappel, 1 bidon born isotone dorstlesser, 2 bidons water, een halve bidon born energy, drie bekers thee, drie bekers water, een glas limonade.

Op deze sites vind je ook info over La Marmotte: